Conclusie A-G, heffing bij op verboden wijze parkeren

X stelt dat de auto geparkeerd stond daar waar parkeren verboden is, zodat er alleen een parkeerboete kan worden opgelegd op grond van de Wet Mulder. Het hof oordeelt dat, nu de auto voor het overgrote deel geparkeerd stond binnen de parkeerstrook, er sprake is van parkeren in de zin van de verordening (nieuwsservice 2021, week 6). De A-G overweegt dat, hoewel X zijn auto op een verboden wijze heeft neergezet, die op een plek stond waar parkeren is toegestaan. Nu X zijn auto geparkeerd heeft op een door de gemeente als zodanig aangeduide parkeerplaats is hier volgens de A-G de grondslag aanwezig voor de heffing van parkeerbelasting. Pas als op die plaats parkeren in het geheel niet is toegestaan, past uitsluitend een strafrechtelijke sanctie. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.