Schadevergoeding omdat waarderingsuitzondering onjuist is toegepast
X stelt dat hij schade heeft geleden omdat de heffingsambtenaar van de gemeente Waadhoeke bij de vaststelling van de WOZ-waarde tussen 1995 en 2017 de waarderingsuitzondering voor waterverdedigingswerken onjuist heeft toegepast. De rechtbank verklaart zich onbevoegd voor het verzoek over de jaren 1995 t/m 2013. Met ingang van 1 juli 2013 zijn de bepalingen over schadevergoeding uit de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatige overheidsbesluiten in werking getreden. Voor de jaren 2014 t/m 2016 voldoet het verzoek om schadevergoeding aan alle voorwaarden van titel 8.4 Awb. Op het beginsel van de formele rechtskracht kan een uitzondering gelden als het bestuursorgaan de onrechtmatigheid van een onherroepelijk besluit heeft erkend. Volgens de rechtbank mocht X uit brieven van de heffingsambtenaar afleiden dat deze erkent dat de WOZ-waarden te hoog zijn vastgesteld. Dat de heffingsambtenaar op grond van art. 2 Uitvoeringsbesluit Wet WOZ niet gehouden was om de WOZ-waarden te verminderen maakt niet dat van erkenning van de onrechtmatigheid geen sprake kan zijn. Het verzoek om schadevergoeding ziet op de OZB, de waterschapsbelasting en de inkomstenbelasting. Deze schade is een rechtstreeks en onmiddellijk gevolg van de onrechtmatige vaststelling van de WOZ-waarden. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar niet in zijn stelling dat hij niet verantwoordelijk is voor de waterschapsbelasting en de inkomstenbelasting. De rechtbank stelt de schadevergoeding vast op € 180,42 aan te veel betaalde OZB, waterschapsbelasting en inkomstenbelasting over de jaren 2014 t/m 2016.
Terug naar kennisbankDATUM:
07 mei 2021
ECLI:
niet gepubliceerd
ZAAKNUMMER:
18/2831
INSTANTIE:
Rechtbank Noord-Nederland
