Geen vrijstelling (voormalig) personeelslid EOB
X werkt vanaf 1994 bij het Europees Octrooi Bureau (EOB) te Rijswijk. Per 1 juli 2019 is X met vervroegd pensioen gegaan. X stelt dat hij sinds 2006 recht heeft op vrijstelling van belasting. In de Regeling diplomatieke en internationale vrijstellingen gemeentelijke belastingen 1997 wordt onderscheid gemaakt tussen OZBG en OZBE. Het EOB en het hoofd hiervan zijn in beginsel vrijgesteld van OZBE. Overige personeelsleden van het EOB kunnen alleen aanspraak maken op vrijstelling van de OZBG. Gesteld noch gebleken is dat X hoofd van de EOB was. X kan als (voormalig) personeelslid reeds hierom geen beroep doen op de vrijstelling van de OZBE voor zijn woning. De rechtbank kan niet in gaan op de gevraagde teruggaaf over voorgaande jaren. Tegen de ambtshalve beslissing over de eerdere belastingjaren staat ingevolge art. 26 AWR geen bezwaar en beroep open.
Terug naar kennisbankDATUM:
20 augustus 2021
ECLI:
niet gepubliceerd
INSTANTIE:
Rechtbank Den Haag
