Verzoek om schadevergoeding binnen vijfjaarstermijn

X maakt in 2015 bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting. In oktober 2017 wijst X de heffingsambtenaar van Tribuut erop dat nog steeds geen uitspraak op bezwaar is gedaan. In november 2017 stelt X beroep in tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. De heffingsambtenaar doet op 18 december 2017 uitspraak. X trekt op 19 december 2017 het beroep in. De rechtbank veroordeelt bij uitspraak van 28 maart 2018 de heffingsambtenaar in de proceskosten. In de beroepsprocedure is niet verzocht om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. In juli 2020 verzoekt X alsnog om deze schade te vergoeden. De heffingsambtenaar wijst het verzoek af. Vervolgens dient X het verzoek om schadevergoeding bij de rechtbank in. Het verzoek is niet te laat gedaan, aangezien de vijfjaarstermijn die hiervoor van toepassing is, niet is overschreden. De stelling van de heffingsambtenaar dat X geen spanning en frustratie heeft ondervonden, omdat hij de zaak kennelijk zelf vergeten was, leidt niet tot afwijzing van het verzoek. De redelijke termijn is met 8 maanden overschreden. De gehele overschrijding van de termijn is ontstaan in de bezwaarfase, zodat de hele schadevergoeding aan de heffingsambtenaar wordt toegerekend.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.