Waterverdedigingswerk en waardering grond
In geschil is welke invloed het buiten aanmerking laten van het dijklichaam heeft op de waardering van de grond bij de woning. De heffingsambtenaar van de gemeente Uithoorn betoogt dat de vrijgestelde oppervlakte van 132 m2 in mindering dient te worden gebracht op de totale kaveloppervlakte van 310 m2, en dat op de resterende 178 m2 de grondstaffel dient te worden toegepast. X stelt dat eerst de grondstaffel dient te worden toegepast op de totale kaveloppervlakte, en dat op de uitkomst van deze berekening vervolgens een met het buiten aanmerking te laten dijklichaam evenredig deel in mindering dient te worden gebracht. Volgens het hof is, anders dan X betoogt, geen sprake van een vrijstelling, maar van een waarderingsregel. Het buiten aanmerking laten van het dijklichaam leidt volgens het hof tot de berekeningswijze die de heffingsambtenaar voorstaat.
Terug naar kennisbankDATUM:
30 maart 2021
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2021:980
ZAAKNUMMER:
19/00565 en 19/00586
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
