De redelijke termijn eindigt wanneer de rechter uitspraak doet in de hoofdzaak

De redelijke termijn van twee jaar voor de behandeling van de zaak eindigt wanneer de rechter uitspraak doet in de procedure met betrekking tot de hoofdzaak. Deze termijn loopt niet door als de rechter in de hoofdzaak het onderzoek heropent om een nadere uitspraak te doen over de vergoeding van immateriële schade. Indien de rechter het onderzoek bij zijn uitspraak in de hoofdzaak heropent om een nadere uitspraak te doen over het recht op vergoeding van immateriële schade wegens de duur van het proces, geldt dat hij uitspraak daarover moet doen binnen een jaar na de uitspraak in de hoofdzaak. Het hof vernietigt wel de rechtbankuitspraak omdat deze niet in het openbaar is uitgesproken, maar laat de rechtsgevolgen in stand (nieuwsservice 2020, week 44). De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond met toepassing van art. 81 RO. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.