Bekendmaking mandaatbesluit moet overeenkomstig art. 3:42 Awb
De uitspraak op het bezwaar van X is gedaan namens B&W van de gemeente Amersfoort, door een medewerker team Parkeerrechten van ParkeerService. De heffingsambtenaar verklaart dat bedoeld is dat de uitspraak is gedaan namens de heffingsambtenaar. De rechtbank gaat daar vanuit. De heffingsambtenaar stelt dat er een intern mandaatbesluit is waarbij aan de medewerkers van ParkeerService mandaat is verleend om te beslissen op bezwaarschriften tegen naheffingsaanslagen. Het mandaatbesluit is niet gepubliceerd of op andere wijze naar buiten toe bekend gemaakt. De rechtbank gaat er vanuit dat een mandaatbesluit bekend moet worden gemaakt overeenkomstig art. 3:42 Awb en niet door toezending aan de gemandateerde. Het mandaatbesluit is dan ook niet in werking getreden. De rechtbank ziet geen mogelijkheden om de rechtsgevolgen van de vernietigde uitspraak op bezwaar in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. De brief van de heffingsambtenaar merkt de rechtbank niet aan als bekrachtigingsbesluit, omdat de heffingsambtenaar niet heeft verklaard de uitspraak op bezwaar voor zijn rekening te nemen. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om een tussenuitspraak te doen en ParkeerService in de gelegenheid te stellen om het (bevoegdheids)gebrek te herstellen. ParkeerService heeft voldoende mogelijkheid gekregen de bevoegdheid aan te tonen of te laten bekrachtigen door de heffingsambtenaar.
Terug naar kennisbankDATUM:
02 juni 2021
ECLI:
ECLI:NL:RBMNE:2021:2382
ZAAKNUMMER:
19/2350
INSTANTIE:
Rechtbank Midden-Nederland
