Hof vergeet opstalwaarde
De onroerende zaak omvat een perceel grond met een oppervlakte van 25.000 m², waarop buitentennisbanen en een gebouw met een horecaruimte, diverse vergaderzalen en tennis- en squashbanen. Onder het gebouw zijn 174 parkeerplaatsen. Het gebouw is opgeleverd in 2004. Op 1 januari 2004 was het gebouw voor 50% gereed. Belanghebbende is erfpachter van het - aan de gemeente Amsterdam toebehorende - perceel grond. Na bezwaar heeft de heffings-ambtenaar van de gemeente Amsterdam de WOZ-waarde gehandhaafd op €7.458.500. De Rechtbank Amsterdam heeft het beroep ongegrond verklaard.
Het hof heeft geoordeeld dat de heffingsambtenaar er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat de waarde niet te hoog is. Het hof heeft de waarde van de grond voor dat jaar vastgesteld op € 1.575.183 en de bij de beschikking vastgestelde waarde van de onroerende zaak tot op deze waarde verminderd.
De Hoge Raad overweegt dat het hof heeft miskend dat de waarde mede de waarde van de daarop aanwezige opstallen omvat, waarvan de waarde (€ 4.725.500) niet in geschil was. Het hof heeft die laatste waarde ten onrechte in mindering gebracht.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie gegrond.
DATUM:
16 september 2011
ECLI:
ECLI:NL:HR:2011:BT1543
ZAAKNUMMER:
10/03439
INSTANTIE:
Hoge Raad
