Luifel is een voorwerp zoals bedoeld in de verordening

X stelt dat de luifel geen voorwerp is zoals bedoeld in de verordening precariobelasting, en subsidiair dat de luifel op grond van een wettelijk voorschrift moet worden gedoogd. Het hof overweegt dat de gemeente ervoor heeft gekozen om de term ‘voorwerpen’ in de verordening op te nemen zonder nadere toelichting. Naar gangbaar spraakgebruik is een voorwerp een tastbaar en handelbaar levenloos object. De luifel kwalificeert als een voorwerp in de zin van de verordening. X heeft niet de grond onder de luifel, die aan de gemeente in eigendom toebehoort, in bezit genomen. Alleen al daarom kan geen sprake zijn van een erfdienstbaarheid, die al dan niet door verjaring is ontstaan. Het standpunt van X dat het bezit van de erfdienstbaarheid al volgt uit het enkele feit dat de luifel gedurende vele jaren aan de muur van het pand hangt, is dan ook onjuist. X gaat er ten onrechte vanuit dat de benodigde wilsuiting om een erfdienstbaarheid te kunnen verkrijgen ten aanzien van de grond gericht moet zijn op het bezit van de luifel en niet op het bezit van de grond zelf. Dat X stelt niet de grond, maar een deel van de luchtkolom boven de grond te claimen, maakt dit niet anders, aangezien hiermee nog steeds geen sprake is van een bezitshandeling ten aanzien van het dienende erf. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond met toepassing van art. 81 RO.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.