Met intrekking beroepsprocedures zijn ook de geschillen over de dwangsommen ingetrokken

X heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslagen zuiveringsheffing, watersysteemheffing gebouwd en watersysteemheffing ingezetenen. Wegens het niet tijdig doen van uitspraken op bezwaar heeft X beroep ingesteld en verzocht om dwangsommen vast te stellen. Binnen 8 weken heeft de heffingsambtenaar van BSR uitspraken op bezwaar gedaan, maar geen dwangsommen vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft later in een brief aan X gemotiveerd waarom volgens hem geen dwangsommen zijn verbeurd. Hiertegen heeft X bezwaar gemaakt en vervolgens, omdat geen uitspraak daarop is gedaan, de heffingsambtenaar in gebreke gesteld en beroep bij de rechtbank ingesteld. Tot slot heeft X beroepen ingesteld omdat geen dwangsommen zijn vastgesteld wegens het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar tegen de brief. Ondertussen heeft X de beroepen tegen de oorspronkelijk uitspraken op bezwaar ingetrokken. De rechtbank oordeelt dat de dwangsombeschikkingen onderdeel uitmaken van het beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar en eventueel de nadien gedane “reële” uitspraak op bezwaar. Met het intrekken van de beroepsprocedures tegen de “reële” uitspraken op bezwaar zijn dus ook de geschillen over de dwangsommen ingetrokken. Het nemen van een dwangsombeschikking is geen beschikking op aanvraag in de zin van art. 4:17 lid 1 Awb. Daarom kan de heffingsambtenaar geen dwangsom verbeuren wegens het niet tijdig nemen van een dwangsombeschikking en zijn de beroepen hiertegen niet-ontvankelijk. Vanwege de proceshouding van beide partijen ziet de rechtbank geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.