Op grond van doelmatigheidsoverwegingen geen begunstigend beleid
De heffingsambtenaar heeft een overzicht overgelegd met 425 percelen die niet in de heffing zijn betrokken. X, een woningcorporatie, maakt aannemelijk dat (een groot deel van) die percelen zijn aan te merken als met de percelen van X gelijke gevallen die ongelijk worden behandeld. Het hof stelt vast dat de heffingsambtenaar niet gepubliceerd beleid heeft gevoerd om de percelen buiten de heffing te laten. De heffingsambtenaar heeft hiervoor voldoende geloofwaardig verklaard dat de percelen op grond van doelmatigheidsoverwegingen buiten de rioolheffing zijn gehouden. Het in de heffing betrekken van deze percelen vereist een individuele beoordeling van elk van deze 425 percelen of er sprake is van afvoer in de bodem (infiltratie), dan wel van afvoer op de gemeentelijke riolering via andere percelen of van afwatering op gemeentelijke sloten. Door de recente controle aan de hand van de rioleringskaarten wordt dit bevestigd. Omdat het doel van het beleid berust op doelmatigheidsoverwegingen is er geen sprake is van begunstigend beleid.
Terug naar kennisbankDATUM:
28 april 2021
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2021:4158
ZAAKNUMMER:
20/00558
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
