Aannemelijk dat verdagingsbesluit tijdig per e-mail is verzonden
Het hof heeft geoordeeld dat de ingebrekestelling van X prematuur is. De stelling van X dat de e mail met de verdaging in de spam is terechtgekomen, achtte het hof ongeloofwaardig. Des te meer nu de overige e-mailberichten wel door X zijn ontvangen (nieuwsservice 2020, week 12). In cassatie stelt X dat de heffingsambtenaar om de elektronische verzending te bewijzen meer over moest leggen dan een print van de verzonden e-mail. De Hoge Raad overweegt dat voor de geldigheid van een verdagingsbesluit niet is vereist dat het X heeft bereikt. Voldoende is dat het bestuursorgaan dit besluit binnen de beslistermijn aan het juiste e-mailadres heeft verzonden, en dat overigens is voldaan aan Afdeling 2.3 Awb. Bewijs van verzending kan het bestuursorgaan leveren door overlegging van een logbestand waaruit blijkt dat, en op welke datum en welk tijdstip, de e-mail vanuit het door hem gebruikte systeem voor gegevensverwerking is verzonden naar het systeem van de internetserviceprovider van X. In de overwegingen van het hof ligt besloten dat de heffingsambtenaar de verzending van de e-mail aannemelijk heeft gemaakt en dat het hof de betwisting van ontvangst van de e-mail door X niet geloofwaardig heeft geacht. Dit oordeel kan als verweven met waarderingen van feitelijke aard, voor het overige in cassatie niet op juistheid worden getoetst.
Terug naar kennisbankDATUM:
07 mei 2021
ECLI:
ECLI:NL:HR:2021:709
ZAAKNUMMER:
20/01260
INSTANTIE:
Hoge Raad
