Verlenging redelijke termijn door coronamaatregelen

X eist in zijn pleitnota dat de voor de waardering verantwoordelijke personen in deze procedure als getuigen zullen worden gehoord, omdat alleen zo de door de heffingsambtenaar gepleegde fraude aan het licht kan worden gebracht. X verklaart ter zitting dat hij niet weet wie hij als getuigen wil laten horen. Het hof constateert dat X geen getuigen naar de zitting heeft meegebracht en dat niet is gebleken dat hij getuigen bij aangetekende brief of deurwaardersexploot heeft opgeroepen. Voor zover X het hof heeft willen verzoeken getuigen op te roepen op de voet van art. 8:63 lid 3 Awb, wijst het hof dit verzoek af. Ten aanzien van de vergoeding van immateriële schade merkt het hof op dat de redelijke termijn in hoger beroep met één maand zou zijn verstreken. Er is evenwel sprake van een bijzondere omstandigheid omdat de nadere zitting die gepland stond als gevolg van de coronamaatregelen geen doorgang kon vinden. De redelijke termijn wordt hierdoor verlengd.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.