Leidingen niet gelegd uit noodzaak voor vervulling van publiekrechtelijke taak

Belanghebbende beheert onder, op of boven de grond van de gemeente Leiden aanwezige leidingen, die worden gebruikt voor het transport en de levering van elektriciteit en gas aan huishoudens en bedrijven binnen het grondgebied van de gemeente. De leidingen zijn in het verleden gelegd door of vanwege de gemeente. De heffingsambtenaar heeft een aanslag precariobelasting opgelegd, die na bezwaar is verminderd. De Rechtbank 's-Gravenhage heeft het beroep ongegrond verklaard. Het Gerechtshof 's-Gravenhage heeft de uitspraak van de rechtbank bevestigd (nieuwsservice 2010, week 26).
In de verordening is een vrijstelling opgenomen voor voorwerpen of werken, welke door of vanwege een gemeente, de provincie of het rijk, noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak zijn aangebracht of geplaatst.
Belanghebbende beroept zich erop dat een wettelijke verplichting voor leidingbeheerders tot aanleg en beheer van leidingnetten thans in de Elektriciteitswet en de Gaswet is neergelegd, dat met deze taken het algemeen belang is gemoeid en dat dit belang - en de verantwoordelijkheid van de overheid daarbij - ten opzichte van het verleden niet is gewijzigd.
Dit brengt naar het oordeel van de Hoge Raad nog niet mee dat is voldaan aan de voorwaarde voor vrijstelling dat de leidingen indertijd door de gemeente zijn gelegd uit noodzaak voor de vervulling van een publiekrechtelijke taak. Evenmin ziet de Hoge Raad grond om deze situatie op grond van het met de vrijstelling beoogde doel gelijk te stellen met de situatie dat de leidingen zijn gelegd uit noodzaak voor de vervulling van een publiekrechtelijke taak. Over dat doel is door de gemeente aangevoerd dat de vrijstelling zou zijn bedoeld om te voorkomen dat precariobelasting zou worden geheven van andere overheden. Belanghebbende is echter een privaatrechtelijke rechtspersoon. Het feit dat alle aandelen in belanghebbende middellijk in handen zijn van overheden geeft geen aanleiding om haar in dit verband gelijk te stellen met een gemeente, een provincie of het rijk. Hieruit volgt dat belanghebbende niet voor vrijstelling in aanmerking komt.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

 

(Op dezelfde datum is door de Hoge Raad een vrijwel gelijkluidend cassatieberoep tegen de heffing van precariobelasting op kabels van leidingen door de gemeente Katwijk afgewezen.)
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.