Niet aannemelijk dat kosten voor rechtsbijstand zijn gemaakt.

Vaststaat dat A rechtsbijstand heeft verleend aan X. De heffingsambtenaar van het Noordelijk Belastingkantoor betwist dat X kosten voor rechtsbijstand heeft gemaakt. Volgens X heeft hij per procedure € 50 betaald en moet hij op basis van “no cure, no pay” een deel van de te ontvangen proceskostenvergoeding afstaan. Het hof overweegt dat er geen nota’s, betaalbewijzen, overeenkomsten met A of enig ander bewijsmateriaal is overgelegd. Aldus is niet aannemelijk dat kosten voor rechtsbijstand zijn gemaakt. X maakt ook aanspraak op verletkosten voor het bijwonen van de zitting van de rechtbank, maar maakt niet aannemelijk dat hij daardoor enige omzet heeft gederfd. Hij legt niet alleen geen bewijsmiddelen over, maar tevens verhoudt zijn stelling zich niet met het door hem uitvoerig toegelichte ziektebeeld in die periode, waardoor hij voor de onderhavige procedure aangewezen was op de rechtsbijstand door A.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.