Samenstel, naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar behoren
Erflater was eigenaar en gebruiker van een woonhuis met tuin, en van een perceel grond gelegen op een paar honderd meter afstand van de woning. Tussen woning en perceel zijn woningen en zijstraten gelegen. Op het perceel staan een boomgaard, een werktuigberging met overkapping en een houten tuinhuis. Gerechtshof Den Haag oordeelde dat geen sprake is van een samenstel. Ook de A-G is die mening toegedaan. Belanghebbenden menen dat sprake is van ‘organisatorische’ samenhang tussen woning en perceel omdat het gebruik van het perceel dienstbaar is aan de woning doordat het de gebruiksmogelijkheden en het wooncom-fort van de woning vergroot. Verder bestrijden ze het oordeel dat het perceel terecht als niet-woning is aangemerkt.
De Hoge Raad geeft aan dat voor de vraag of sprake is van naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen, alle omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang bezien, in aanmerking moeten worden genomen (vgl. HR 13 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK3060, BNB 2010/12). Het hof oordeelt dat geen sprake is van een samenstel vanwege de uiterlijke kenmerken van beide objecten en dat zij afzonderlijk van elkaar verkocht kunnen worden, en het verwerpt daarmee kennelijk dat het perceel dienstbaar is aan de woning. Dat kon het hof oordelen. Voor wat betreft het tarief stelt de Hoge Raad vast dat in cassatie niet in geschil is dat het tuinhuis op het perceel is aan te merken als woning. Bij de toerekening op de voet van art. 220a lid 2 Gemeentewet moet niet alleen de waarde van de tot woning dienende opstal in aanmerking worden genomen, maar tevens de waarde van de ondergrond en van de volledig aan de bewoning dienstbare overige delen, zoals tuinen, garages en schuren. Het hof heeft dit miskend.
DATUM:
14 juli 2017
ECLI:
ECLI:NL:HR:2017:1328
ZAAKNUMMER:
16/05306
INSTANTIE:
Hoge Raad
