Ontsluiting van een bedrijventerrein

De heffingsambtenaar van Cocensus heeft een aanslag baatbelasting opgelegd voor een ontsluiting aan de noordkant van een bedrijventerrein. X klaagt dat aan alle betrokkenen op het bedrijventerrein hetzelfde tarief per vierkante meter in rekening is gebracht, terwijl de noordelijke kant van het bedrijventerrein aanzienlijk meer gebaat is dan de zuidelijke kant waar zich al een ontsluiting bevond. Volgens de rechtbank kan niet gezegd worden dat ieder verband ontbreekt tussen de oppervlakte van een onroerende zaak en de mate waarin deze zaak profiteert van de gerealiseerde voorziening. In het algemeen zal een onroerende zaak met een groter oppervlak meer profiteren van een betere ontsluiting. Niet aannemelijk is dat de verschillen in baat tussen het noordelijke en het zuidelijke deel zo groot zijn dat zij een gedifferentieerde tariefstelling vereisen. Niet valt in te zien hoe een grens tussen beide delen zou kunnen worden getrokken zonder verschillen in behandeling tussen aan weerszijden van die grens gelegen onroerende zaken, die niet minder arbitrair zouden zijn. De stelling van X dat de door de ontsluiting gebate onroerende zaken zich ook buiten het bedrijventerrein bevinden, leidt niet tot een willekeurige belastingheffing. De ontsluiting is voor het verkeer naar andere wijken niet de meest aangewezen route, zodat het nuttig effect van de ontsluiting in die wijken gering is.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.