Geen discriminerend invorderingsbeleid ten opzichte van buitenlandse parkeerders
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof, inhoudende dat het structureel niet invorderen van parkeerbelasting van parkeerders met een buitenlands kenteken in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, niet juist is. Voor de beoordeling of sprake is van gelijke gevallen moet zowel de heffing als de invordering van belasting in aanmerking worden genomen. Heffing die niet door een reële invordering zou worden gevolgd dient ook voor de heffing als begunstigend beleid te worden aangemerkt, omdat dit anders zou kunnen leiden tot een willekeurige en onredelijke verdeling van belastingdruk die de wetgever niet voor ogen kan hebben gehad. Niet valt in te zien op welke wijze een buitenlandse parkeerder verschilt van een binnenlandse parkeerder wat de heffing en de invordering betreft, zodat sprake is van gelijke gevallen. Het is alleszins redelijk dat de gemeente in uitzonderlijke gevallen bij het innen van de parkeerbelasting een grens stelt met betrekking tot de perceptiekosten, zodat sommige schulden niet ingevorderd worden. Van de gemeente kan niet worden verwacht dat zij ongeacht de baten de kosten van invordering laat oplopen. Er heeft een redelijke afweging plaatsgevonden tussen een doelmatige werkwijze en het belang dat alle naheffingsaanslagen worden ingevorderd. Er is sprake van een objectieve en redelijke rechtvaardiging van de ongelijke behandeling van gelijke gevallen.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
DATUM:
12 september 2008
ECLI:
ECLI:NL:HR:2008:BF0405
ZAAKNUMMER:
07/11553
INSTANTIE:
Hoge Raad
