Heffingsambtenaar niet door vertrouwensbeginsel gebonden aan waardering onderhoud

X stelt dat de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlem op basis van het vertrouwensbeginsel gehouden is het onderhoud van zijn woning met “2” (matig) in plaats van “3” (gemiddeld) te beoordelen. Dit had de heffingsambtenaar ook in het voorgaande jaar gedaan en daar is hij zonder gewijzigde omstandigheden aan gebonden. Het hof overweegt dat de twee vergelijkingsobjecten die zowel voor het voorgaande als dit jaar in de matrices zijn opgenomen, dezelfde waarderingen voor onderhoud als voor de woning van X hebben gekregen. De heffingsambtenaar is in dit licht bezien niet op basis van het vertrouwensbeginsel gebonden aan de gewijzigde waardering, nu deze waardering enkel uitdrukt dat de vergelijkingsobjecten in een vergelijkbare staat van onderhoud verkeerden.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.