Heffingsambtenaar niet door vertrouwensbeginsel gebonden aan waardering onderhoud
X stelt dat de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlem op basis van het vertrouwensbeginsel gehouden is het onderhoud van zijn woning met “2” (matig) in plaats van “3” (gemiddeld) te beoordelen. Dit had de heffingsambtenaar ook in het voorgaande jaar gedaan en daar is hij zonder gewijzigde omstandigheden aan gebonden. Het hof overweegt dat de twee vergelijkingsobjecten die zowel voor het voorgaande als dit jaar in de matrices zijn opgenomen, dezelfde waarderingen voor onderhoud als voor de woning van X hebben gekregen. De heffingsambtenaar is in dit licht bezien niet op basis van het vertrouwensbeginsel gebonden aan de gewijzigde waardering, nu deze waardering enkel uitdrukt dat de vergelijkingsobjecten in een vergelijkbare staat van onderhoud verkeerden.
DATUM:
01 december 2020
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2020:3281
ZAAKNUMMER:
20/00022
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
