Objectafbakening horecapand met bovenwoningen

De heffingsambtenaar heeft de waarden van een eetgelegenheid en 2 bovenwoningen na bezwaar gehandhaafd. Rechtbank Breda heeft het beroep ongegrond verklaard.
De heffingsambtenaar heeft gesteld dat elke bovenwoning essentiële voorzieningen heeft en afsluitbaar is, en dat de eetgelegenheid op de begane grond apart van de wooneenheden wordt gebruikt. Op grond hiervan is het hof van oordeel dat de heffingsambtenaar de eetgelegenheid en de beide bovenwoningen terecht als afzonderlijke onroerende zaken heeft aangemerkt. Anders dan belanghebbende acht het hof het niet van belang dat het pand 1 meterkast, 1 cv-ketel en 1 gezamenlijke ruimte voor afvalopslag heeft. Voor het gebruik van deze voorzieningen zijn de 3 huurders (weliswaar indirect) mede-afhankelijk van elkaar, maar dit brengt niet mee dat deze voorzieningen de zelfstandigheid van de eetgelegenheid en de bovenwoningen in meer dan geringe mate beïnvloeden. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond met toepassing van artikel 81 RO.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.