Beverwijkse Bazaar is geen vermakelijkheid
De heffingsambtenaar heeft ten aanzien van de Beverwijkse Bazaar een aanslag vermakelijkhedenretributie opgelegd (van € 109.878,93). Volgens het hof heeft de heffingsambtenaar niet aannemelijk gemaakt dat zodanige activiteiten zijn georganiseerd dat op grond daarvan De Bazaar als vermakelijkheid gekwalificeerd zou kunnen worden. Dit is niet anders indien ook de door haar huurders georganiseerde activiteiten (zoals ponyrijden, trampolinespringen en kermisattracties) aan De Bazaar worden toegerekend. Deze met name op het vermaak van kinderen gerichte activiteiten zijn, gerelateerd aan de totale omvang van De Bazaar en het aantal bezoekers (1.339.987), dusdanig beperkt in omvang dat zij De Bazaar als geheel niet als een vermakelijkheid doen kwalificeren. Het hof is van oordeel dat de door De Bazaar aangeboden activiteiten niet breder zijn dan het enkel verhogen van de belevingswaarde van het winkelen. De door de heffingsambtenaar gemaakte vergelijking met de a-Market (ECLI:NL:GHSGR:1999:AS2583) gaat niet op, omdat die ‘markt’ slechts voor 40% uit detailhandel bestond.
Terug naar kennisbankDATUM:
20 oktober 2020
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2020:2747
ZAAKNUMMER:
19/00534
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
