Aanslagen terecht per recreatiewoning opgelegd
Belanghebbende heeft aanslagen rioolheffing ontvangen voor recreatiewoningen op een recreatiepark. In geschil is de objectafbakening.
De rechtbank overweegt het de gemeentelijke wetgever vrij staat om gedeeltelijk aan te sluiten bij art. 16 Wet WOZ en daar gedeeltelijk van af te wijken. Van onverbindendheid van de Verordening rioolheffing is dan ook geen sprake. De verordening wijkt weliswaar af van de VNG modelverordening, maar dit valt eveneens binnen de gemeentelijke vrijheid. De gemeenteraad is binnen de grenzen van de gemeentelijke vrijheid gebleven en, mede gelet op de hoogte van het tarief, kan niet worden gezegd dat sprake is van een onredelijke en willekeurige belastingheffing. Het standpunt dat bij de kadastrale indeling aangesloten dient te worden, slaagt niet. Uit de Verordening volgt dat onroerende zaken die onderdeel zijn van een terrein dat is bestemd voor verblijfsrecreatie, zoals de onderhavige recreatiewoningen/chalets, voor de rioolheffing als zelfstandige onroerende zaken worden aangemerkt. Anders dan belanghebbende betoogt, zijn er in de Gemeentewet geen aanknopingspunten te vinden die de gemeentelijke wetgever ertoe verplichten om in de verordening aan te sluiten bij de kadastrale perceelaanduiding.
DATUM:
05 augustus 2019
ECLI:
niet gepubliceerd
ZAAKNUMMER:
18/3673
INSTANTIE:
Rechtbank Den Haag
