Exploitatie in welke vorm dan ook volstaat voor een recreatieterrein
Belanghebbende is eigenaar van een bungalowpark met infrastructuur, 181 recreatiewoningen, een ontvangstgebouw, een taveerne, een spartelbad en een tennisveld in de gemeente Goeree-Overflakkee. Belanghebbende verleent aan haar leden het recht om een recreatiewoning op het park te gebruiken. Het lid aan wie een gebruiksrecht is verleend, kan de recreatie-woning zelf gebruiken of verhuren. Voor de verhuur kan hij gebruik maken van diensten verleend door de daartoe door belanghebbende opgerichte stichting. Een deel van de recreatiewoningen wordt verhuurd. Aan belanghebbende zijn voor de 181 recreatiewoningen aanslagen rioolheffing eigenaar opgelegd. Belanghebbende stelt dat deze woningen deel uitmaken van een in artikel 16, letter e, van de Wet WOZ bedoelde onroerende zaak en dat daarom het in de verordening genoemde verlaagde tarief van toepassing is. Het hof heeft geoordeeld dat de reikwijdte van de woorden “als zodanig wordt geëxploiteerd” in artikel 16, letter e, van de Wet WOZ niet beperkt is tot exploitatie met een winstoogmerk. Exploitatie in welke vorm dan ook volstaat. Zoals in de conclusie van de A-G is uiteengezet, heeft het hof terecht tot uitgangspunt genomen dat de reikwijdte van de woorden “als zodanig wordt geëxploiteerd” niet beperkt is tot exploitatie met een winstoogmerk. Volgens de klacht heeft het hof miskend dat er slechts één terrein is dat “als zodanig geëxploiteerd wordt” indien het terrein als één geheel, met inbegrip van de op het terrein gelegen recreatiewoningen, door de eigenaar zelf wordt geëxploiteerd. De klacht faalt. In de tekst van artikel 16, letter e, van de Wet WOZ noch in de wetsgeschiedenis zijn aanknopingspunten te vinden voor deze beperkte opvatting. Het moet er daarom voor worden gehouden dat voor de toepassing van die bepaling enkel is vereist dat het voor recreatie bestemde terrein overeenkomstig die bestemming wordt geëxploiteerd. Niet van belang is welke persoon of personen exploiteert of wie de exploitatie opbrengst toekomt.
DATUM:
17 februari 2017
ECLI:
ECLI:NL:HR:2017:262
ZAAKNUMMER:
16/02411
INSTANTIE:
Hoge Raad
