Vrijstelling op grond van het Protocol van Parijs

Belanghebbende betreft een internationaal militair hoofdkwartier. Op belanghebbendes perceel is het Protocol van Parijs van toepassing. In artikel 8 van dit protocol is bepaald dat aan Geallieerde Hoofdkwartieren zoveel mogelijk vrijstelling wordt verleend van rechten en heffingen die uitgaven betreffen, door hen gedaan in het belang van de gemeenschappelijke verdediging en uitsluitend ten behoeve van hun officiële werkzaamheden. De heffingsambte-naar van stadsregio Parkstad Limburg heeft een aanslag rioolheffing opgelegd en het bezwaar hiertegen ongegrond verklaard. De Rechtbank Maastricht heeft het beroep ongegrond verklaard (nieuwsservice 2012, week 37).
Het hof overweegt dat de Regeling diplomatieke en internationale vrijstellingen gemeentelijke belastingen niet voorziet in een vrijstelling van rioolheffing. Met betrekking tot het tot 1 januari 2010 geheven rioolrecht, dat kwalificeert als een retributie, acht het hof dit begrijpelijk, doch de vraag is of de aard van de rioolheffing uitsluiting van vrijstelling rechtvaardigt. Het hof is van oordeel dat de aard van de rioolheffing een bestemmingsheffing is, waarmee een gemeente kosten kan verhalen om collectieve maatregelen te treffen die zij noodzakelijk acht voor een doelmatig werkende riolering en overige maatregelen ten aanzien van hemelwater en grondwa-ter. In de rioolheffing is naar het oordeel van het hof onmiskenbaar een component begrepen met een retributiekarakter, te weten de waterketenheffing ter bestrijding van de kosten die voor een gemeente zijn verbonden aan de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater. Dit retribu-tiekarakter blijft naar het oordeel van het hof behouden indien de rioolheffing, zoals de Ge-meentewet toestaat, afzonderlijk als waterketenheffing wordt geheven. Indien de rioolheffing ook wordt geheven als watersysteemheffing, gaat het retributiekarakter van de waterketenhef-fing naar het oordeel van het hof op in het algemene karakter van de rioolheffing als bestem-mingsheffing, die (mede) is gericht op verhaal van kosten voor het treffen van collectieve maatregelen. Gelet op de omstandigheid dat volgens de Verordening zowel de waterketenhef-fing als de watersysteemheffing als één heffing worden geheven, heeft deze rioolheffing het karakter van een bestemmingsheffing. Een dergelijk heffing kan naar het oordeel van het hof niet worden aangemerkt als ‘een heffing ter zake van bewezen diensten’ als is bedoeld in het Protocol. Hieruit volgt dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende vrijstelling van rioolheffing had moeten verlenen.
Het hof verklaart het hoger beroep gegrond.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.