Verhoging OZB-tarief met toeslag voor ondernemersfonds is toegestaan

De gemeente Montfoort heeft door middel van een opslag op het OZB-tarief voor niet-woningen belasting geheven en als subsidie verstrekt aan het ondernemersfonds. In geschil is de hoogte van de aanslag OZB en dan met name of de in de verordening opgenomen tarieven voor niet-woningen, voor zover deze betrekking hebben op de financiering van het ondernemersfonds, rechtens toelaatbaar zijn.
De rechtbank overweegt dat de vaststelling van het OZB-tarief een zelfstandige bevoegdheid is van de gemeenteraad en dat de belastingrechter in beginsel niet bevoegd is om over de tarieven te oordelen, tenzij dit in strijd is met een hogere wettelijke regeling, leidt tot een willekeurige of onredelijke belastingheffing die de wetgever bij het toekennen van de bevoegdheid niet op het oog kan hebben gehad, dan wel in strijd is met enig rechtsbeginsel. Volgens de rechtbank is hiervan geen sprake. Het staat de gemeente vervolgens vrij om de opbrengsten van een algemene belasting ter verwerving van inkomsten door de gemeente, zoals de OZB, vrijelijk aan te wenden voor specifieke doeleinden. De wijze waarop mag de gemeente zelf bepalen. De OZB wordt niet geheven voor een ander doel dan inkomstenverwerving en neemt hierbij onder andere in aanmerking dat in dit geval de opbrengsten van de OZB niet direct naar het ondernemersfonds gaan, maar als subsidie uit de algemene middelen worden verstrekt. Het maakt niet uit in welke mate van de opbrengsten wordt geprofiteerd. De gemeenteraad is niet verplicht om een BIZ in te voeren als ondernemers daar om vragen. Nu bij de OZB geen wettelijk draagvlakvereiste geldt, behoort het tot de autonome bevoegdheid van de gemeenteraad om te beoordelen in hoeverre draagvlak is vereist en in hoeverre dit aanwezig is. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om te oordelen dat de tariefstelling of tariefstijging van de OZB in dit geval leidt tot een willekeurige of onredelijke belastingheffing die de formele wetgever niet voor ogen kan hebben gehad, dan wel in strijd is met enig rechtsbeginsel.
 

(Rechtbank Gelderland 22 oktober 2018, nrs. AWB 16/7925 tot en met AWB 16/7933, ECLI:NL:RBGEL:2018:4534, ECLI:NL:RBGEL:2018:4535, ECLI:NL:RBGEL:2018:4536 en ECLI:NL:RBGEL:2018:4537)

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.