Hof heeft verwijzingsopdracht juist uitgevoerd

X is eigenaar van een kantoorgebouw. In geschil is de juistheid van de WOZ-waarde. Voor het Hof Den Haag was in geschil of X de gelegenheid moest krijgen alsnog bewijsstukken over te leggen over de waardeontwikkeling tussen de waardepeildatum en verkoopdatum. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het hof en verwees de zaak naar het Hof Amsterdam. Dat hof meent dat X zich ten onrechte op het standpunt stelt dat zij geen rekening ermee behoefde te houden dat het eigen verkoopcijfer tijdens de procedure in hoger beroep alsnog een relevant gegeven zou kunnen zijn. Al in het in eerste aanleg overgelegde taxatierapport heeft de heffingsambtenaar vermeld dat zich tussen waardepeildatum en verkoopdatum een prijsdaling had voorgedaan. De door X ingenomen stelling dat sprake was van een waardestijging heeft de heffingsambtenaar betwist. Het had volgens het hof op de weg van X gelegen haar stelling voor aanvang van de zitting met bewijsstukken te onderbouwen. De A-G oordeelde dat het hof de verwijzingsopdracht onjuist heeft uitgevoerd (nieuwsservice 2019, week 36).
De Hoge Raad denkt daar anders over. De Hoge Raad meent dat het hof niet heeft miskend dat het na verwijzing het belang van X bij het alsnog leveren van bewijs van een lagere waarde in zijn overwegingen diende te betrekken. De klachten van X falen.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.