Voormalig klooster in gebruik als hospice is niet-woning

Belanghebbende is eigenares van een voormalig klooster in gebruik als high care hospice. In het hospice heeft iedere gast een gemeubileerde eenpersoonskamer. Het hospice heeft een gezamenlijke huiskamer en een voormalige kapel die kan worden gebruikt als stiltecentrum.
In haar arrest van 15 november 2013 (ECLI:NL:HR:2013:1126) heeft de Hoge Raad overwogen dat geen sprake is van een als wonen aan te merken verblijf van duurzame aard bij een hospice waarin terminale zorg wordt verleend aan personen met een levensverwachting van ten hoogste enkele maanden. De onroerende zaak is aldus volgens het hof terecht als niet-woning aangemerkt. Belanghebbende doet een beroep op het hof om haar in staat te stellen haar maatschappelijke functie tegen aanvaardbare kosten uit te voeren en het voortbestaan van het hospice in de toekomst veilig te stellen. Het hof overweegt dat de rechter volgens de wet recht moet spreken; hij mag niet de innerlijke waarde of billijkheid van de wet beoordelen (artikel 11 Wet algemeene bepalingen der wetgeving van het Koningrijk). De heffingsambtenaar heeft terecht gesteld dat wet en verordening geen ruimte bieden de waarde van het hospice en de aanslag OZB neerwaarts bij te stellen.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.