Vrije bewijsleer in belastingrecht

X stelt dat in de huidige praktijk in de beroepsfase voorbij wordt gegaan aan het proces van modelmatige waardebepaling doordat met een taxatierapport een specifiek uitgevoerde taxatie van de woning wordt ingebracht. Volgens X is dat een onwenselijke scheiding tussen de waardevaststelling en de bezwaarfase enerzijds, waarin de modelmatige waardebepaling centraal staat, en de beroepsfase, waarin het taxatierapport de kern van het geschil vormt. Volgens het hof is het de heffingsambtenaar toegestaan om de juistheid van de vastgestelde waarde te onderbouwen met gegevens van een beperkt aantal rond de waardepeildatum gerealiseerde verkopen en/of het verkoopgegeven van de woning zelf (vrije bewijsleer), ook al is de waarde bij de primaire beschikking door middel van modelmatige waardebepaling (computergestuurd) vastgesteld. Het is vervolgens aan de rechter om te beoordelen of de heffingsambtenaar met de door hem overgelegde bewijsmiddelen aannemelijk heeft gemaakt dat de vastgestelde waarde niet te hoog is. De heffingsambtenaar is niet gehouden om te onderbouwen dat hij de waarde ook aannemelijk had kunnen maken met andere (bij de modelmatige waardebepaling in aanmerking genomen) transactiegegevens. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.