Uitspraak op bezwaar maakt niet inzichtelijk hoe tot beschikte waarde is gekomen
De heffingsambtenaar van de Regionale Belasting Groep heeft de waarde van een bedrijfsloods met parkeerplaats vastgesteld op € 356.000. In geschil is of de heffingsambtenaar aannemelijk maakt dat hij de waarde van de bedrijfsloods niet te hoog heeft vastgesteld.
Belanghebbende betoogt dat de uitspraak op bezwaar in strijd met art. 7:12 Awb niet inzichtelijk maakt hoe de heffingsambtenaar tot de beschikte waarde is gekomen. In het bij de uitspraak gevoegde Rekenblad Bruto Kapitalisatiefactor wordt een huurwaarde van € 35.278 en een kapitalisatiefactor van 8,5 vermeld, wat zou leiden tot een waarde van € 299.000, wat beduidend lager is dan de beschikte waarde. In het bestreden besluit zelf wordt gelet op de grootte en het gebruik van het perceel uitgegaan van een eenheidsprijs van € 50 per m2 lineair. Dat zou leiden tot een waarde van € 217.500, ook veel lager dan de beschikte waarde. De heffingsambtenaar erkent dit ter zitting. De beroepsgrond slaagt. Ter zitting maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat hij de waarde niet te hoog heeft vastgesteld. De heffingsambtenaar wordt veroordeeld in de proceskosten wegens de gebrekkige motivering in de uitspraak op bezwaar.
DATUM:
05 april 2019
ECLI:
niet gepubliceerd
ZAAKNUMMER:
ROT 18/4716
INSTANTIE:
Rechtbank Rotterdam
