Wegingsfactor 0,5 wegens summiere beroepsgronden met standaardblokteksten

Belanghebbende is een stichting die genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is van diverse panden waarin kinderdagverblijven zijn gevestigd. Belanghebbende stelt dat de waarde van de panden via de huurwaardekapitalisatiemethode moet worden vastgesteld en dat de uitspraak op bezwaar niet deugdelijk is gemotiveerd. Daarnaast vindt hij dat de toegekende vergoeding in bezwaar ten onrechte niet op wegingsfactor 2 is gebaseerd.
De rechtbank is met de heffingsambtenaar van oordeel dat de panden incourant zijn, omdat die panden onderdeel uitmaken van een schoolgebouw dat de bestemming onderwijs en verzorgingshuis heeft en geen verkoopcijfers van vergelijkbare objecten voorhanden zijn. De heffingsambtenaar heeft van die panden terecht uitsluitend de gecorrigeerde vervangingswaarde bepaald. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de panden courant zijn en daarom de hwk-methode moet worden toegepast. De enkele verwijzing naar betaalde hoge huurprijzen en de omstandigheid dat bij een aantal andere locaties van belanghebbende de waardebepaling wel is gebaseerd op de hwk-methode, zijn daartoe ontoereikend. De rechtbank is het wel met belanghebbende eens dat de uitspraak op bezwaar te summier en gebrekkig is gemotiveerd en kent hiervoor een proceskostenvergoeding toe. Voor de hoogte daarvan kent de rechtbank geen betekenis toe aan het feit dat het een zestal beroepen betreft, ook omdat die (nagenoeg) identiek zijn, onder meer tot uitdrukking komend in identieke en summiere beroepsgronden met heel veel standaardblokteksten daarin. De wegingsfactor van de proceskosten bedraagt daarom 0,5.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.