Standpuntwijziging ter zitting in strijd met de goede procesorde
De gemachtigde van belanghebbende heeft op de zitting verklaard dat hij het verweerschrift en het taxatierapport in deze zaak niet heeft ontvangen. Op de zitting zijn afschriften van het verweerschrift en het taxatierapport overhandigd. Bladerend in het verweerschrift en het taxatierapport heeft de gemachtigde snel geconstateerd dat het een goed rapport is en dat de waarde van het bedrijfsobject in overeenstemming met het rapport (hoger dan de beschikte waarde) dient te worden vastgesteld. Op de vraag of hij nu dan een hogere waarde bepleit, heeft de gemachtigde geantwoord dat het hem om de juiste waarde gaat en dat die waarde van belang is voor de hypotheek en dat hij met zijn cliënt heeft afgesproken dat als het onderbouwd is, dat de juiste waarde is. Ook een veroordeling in de proceskosten en vergoeding van het griffierecht acht hij op zijn plaats.
De rechtbank overweegt dat belanghebbende in zijn bezwaarschrift heeft gesteld dat de waarde van het bedrijfsobject onjuist is vastgesteld. Gelet op wat hij heeft aangevoerd, namelijk dat sprake is van verloedering in de omgeving, dat sprake is van achterstallig onderhoud en gezien het verslag van de hoorzitting, kan de rechtbank niet anders concluderen dan dat belanghebbende in bezwaar van mening was dat de waarde te hoog is vastgesteld. Op de heffingsambtenaar rustte vanuit dat perspectief de last te bewijzen dat de door hem in beroep verdedigde waarde niet te hoog is. Vanuit dat perspectief heeft de heffingsambtenaar het taxatierapport laten opstellen en in de procedure gebracht. Belanghebbende heeft pas op de zitting zijn standpunt 180 graden gewijzigd, met de motivering dat het hem gaat om de juiste waarde en met verwijzing naar een afspraak met zijn cliënt. Nu de heffingsambtenaar vanuit een ander perspectief voor een onderbouwing heeft gezorgd en belanghebbende pas op de zitting een ander standpunt heeft verkondigd, wordt dit in strijd geacht met de goede procesorde. Belanghebbende heeft de heffingsambtenaar en de rechtbank met deze standpuntwijziging verrast. De heffingsambtenaar heeft zich er niet op kunnen voorbereiden dat het verschil tussen de beschikte waarde en de waarde in het taxatierapport in zijn nadeel zou kunnen werken. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat de grond dat de waarde moet worden vastgesteld conform het taxatierapport, buiten beschouwing dient te blijven. Het argument dat belanghebbende pas op de zitting het verweerschrift en het rapport tot zijn beschikking had maakt dit niet anders, omdat de gemachtigde pas op de zitting naar het verweerschrift en het taxatierapport heeft geïnformeerd. De gemachtigde van belanghebbende had bij ontvangst van de kennisgeving voor de zitting, die is verzonden op 21 februari 2018, het dossier kunnen controleren op volledigheid, zeker nu hij zegt met zijn cliënt te hebben afgesproken dat de waarde door hem juist wordt geacht, als die waarde is onderbouwd.
DATUM:
02 mei 2018
ECLI:
ECLI:NL:RBOBR:2018:2149
ZAAKNUMMER:
SHE 17/1791
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
