Ontvankelijkheid bij bekendmaking WOZ-beschikking onafhankelijk van OZB aanslag

Belanghebbende stelt dat zij het bezwaarschrift te laat ingediend heeft, omdat zij gewend is alleen aanslagen door te sturen aan haar gemachtigde om deze te controleren en zo nodig bezwaar te maken. Nu de heffingsambtenaar van de gemeente Zwolle, in strijd met het bepaalde in artikel 24, negende lid, van de Wet WOZ, de beschikking niet in 1 geschrift met de OZB-aanslag bekend gemaakt heeft, is bij belanghebbende verwarring ontstaan.
Naar het oordeel van het hof is de rechtsmiddelverwijzing duidelijk. De keuze van belanghebbende om de WOZ-beschikking niet ter controle op te sturen, komt voor haar rekening. Als het hof belanghebbende al in haar stelling zou volgen, dat door onvolkomenheden in de WOZ-beschikking de termijnoverschrijding verschoonbaar zou zijn, dan zijn deze onvolkomenheden geheeld, na ontvangst van de OZB-aanslag. Een belastingplichtige dient, nadat hij heeft begrepen dat hij bezwaar had moeten maken tegen een beschikking, dit zo spoedig als redelijkerwijs van hem kan worden verlangd alsnog te doen. Aan de betrokken belastingplichtige dient een termijn van ten minste 14 dagen te worden gegund (vgl. HR 22 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE0462 en HR 22 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0078). Het bezwaarschrift van belanghebbende is 19 dagen na de dagtekening van de OZB-aanslag gedagtekend. Ook daarom is er naar het oordeel van het hof geen verschoonbare termijnoverschrijding in de zin van artikel 6:11 van de Awb.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.