WOZ-beschikking en aanslag niet volgens gemotiveerd volgens voorschriften artikel 3:47 Awb

De heffingsambtenaar van de gemeente Sint Anthonis heeft aan belanghebbende in één geschrift een beschikking gegeven waarbij de waarde voor een onroerende zaak op grond van artikel 22 WOZ is vastgesteld alsmede een aanslag OZB. Het taxatieverslag waarop de WOZ-beschikking en de aanslag waren gebaseerd was digitaal in te zien via de website van de gemeente, hetgeen vermeld was bij de beschikking. Belanghebbende heeft tegen de beschikking en de aanslag middels zijn gemachtigde op 14 februari 2014 pro forma bezwaar gemaakt en de heffingsambtenaar verzocht om het taxatieverslag toe te zenden. Omdat belanghebbende tot twee maal toe niet heeft gereageerd op brieven van de heffingsambtenaar met het verzoek het bezwaar nader te motiveren, heeft de heffingsambtenaar het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het taxatieverslag is door de heffingsambtenaar bij brief van 13 maart 2014 (het eerste verzoek) aan de gemachtigde van belanghebbende gezonden, wat nog binnen de bezwaartermijn was.
De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, omdat het bezwaarschrift niet aan de eisen van artikel 6:5 Awb voldoet.
Het hof oordeelt echter dat de inhoud van de eis die ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef en letter d, van de Awb aan een bezwaarschrift wordt gesteld, onder meer samenhangt met de mate waarin het bestuursorgaan de bestreden beschikking heeft gemotiveerd. In het onderhavige geval staat vast dat belanghebbende ten tijde van de indiening van het bezwaarschrift nog niet bekend was met de motivering van de beschikking en de aanslag, welke was vervat in het taxatieverslag. Ook is niet aannemelijk dat belanghebbende anderszins op de hoogte was van een onderbouwing. Het taxatieverslag is belanghebbende vervolgens niet binnen uiterlijk één week na de bekendmaking van de beschikking en de aanslag toegezonden zoals vereist op grond van artikel 3:47, derde lid, van de Awb. Het bezwaar van belanghebbende voldoet daardoor aan de eisen van artikel 6:5 Awb en de heffingsambtenaar heeft het bezwaar daarom ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Een verwijzing naar de website van de gemeente voor inzage in het taxatierapport is naar het oordeel van het hof onvoldoende, omdat die motivering niet volgens de voorschriften van artikel 3:47 van de Awb is bekendgemaakt. Het hof draagt de heffingsambtenaar op opnieuw uitspraak op bezwaar te doen.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.