Beschikking / aanslag onterecht ten onrechte aan executoriaal verkopende bank

Mevrouw A heeft niet voldaan aan haar betalingsverplichtingen aan belanghebbende. Belanghebbende heeft gebruik gemaakt van haar recht als eerste hypotheekhouder de woning te doen executeren. De heffingsambtenaar van de gemeente ’s-Gravenhage heeft aan belanghebbende aanslagen onroerende-zaakbelastingen en rioolheffing opgelegd, welke na bezwaar zijn gehandhaafd. De Rechtbank ’s-Gravenhage heeft het beroep gegrond verklaard.
De woning is in december geveild. Op 23 januari van het belastingjaar heeft betaling en kwijting van de koopsom plaatsgevonden en heeft mevrouw A de woning verlaten. De woning is door de (nieuwe) eigenaar/verkrijger in eigendom verworven door inschrijving in de openbare registers.
Het hof overweegt dat het recht van hypotheek een zekerheidsrecht is, strekkende om op de daaraan onderworpen onroerende zaak een vordering tot voldoening van een geldsom bij voorrang boven andere schuldeisers te verhalen. Het recht van hypotheek verschaft de hypotheeknemer/schuldeiser (belanghebbende) een zekerheidsrecht op de onroerende zaak dat hem in zijn belangen als schuldeiser ten opzichte van andere schuldeisers beschermt. Van die bescherming ligt de kern in de bevoegdheid om zich met voorrang boven andere schuldeisers op de opbrengst van de onroerende zaak bij gedwongen verkoop te kunnen verhalen. Dit sluit de bevoegdheid tot toe-eigening van de onroerende zaak door schuldeiser (belanghebbende) uit (artikel 3:235 BW). Tenzij overeengekomen (artikel 3:267 BW), verschaft het recht van hypotheek de hypotheeknemer niet het gebruik of genot in de zin van artikel 24, derde lid a, Wet WOZ, ook niet indien wordt overgegaan tot executoriale verkoop van het registergoed. Het gebruik en genot van de verhypothekeerde onroerende zaak komt tot aan de levering ingevolge de executoriale verkoop aan de (oude) eigenaar/hypotheekgever (mevrouw A) en na de levering ingevolgde de executoriale verkoop aan de (nieuwe) eigenaar/verkrijger. Nu de woning op 1 januari al wel executoriaal was verkocht, maar nog niet geleverd, was mevrouw A daarvan nog de eigenaar en daarmee genothebbende en belastingplichtige zoals bedoeld in artikel 24 Wet WOZ. Het hof verklaart het beroep ongegrond.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.