Heffingsambtenaar heeft in redelijkheid tot wegingsfactor van 0,25 kunnen komen
Belanghebbende heeft aanslagen rioolheffing ontvangen van de gemeente Haarlemmermeer. In hoger beroep is in geschil of de heffingsambtenaar een juiste wegingsfactor heeft gehanteerd bij het toekennen van een kostenvergoeding voor de behandeling van de zaak in de bezwaarfase.
Het hof overweegt dat de beoordelende instantie dient te beoordelen in welke gewichtscategorie een zaak valt (zie HR 23 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BT2293). Bij het hanteren van de wegingsfactor heeft de heffingsambtenaar een zekere discretionaire bevoegdheid. De heffingsambtenaar heeft een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) toegepast, waarbij hij kennelijk van oordeel is geweest dat, gelet op de grieven die in het bezwaarschrift werden aangevoerd (de professionele gemachtigde van belanghebbende heeft niet meer aangevoerd en ook niet meer hoeven aanvoeren dan dat geen rioolheffing kan worden geheven omdat bij het object geen sprake is van een water- of rioolaansluiting en dat aan eigenaren van vergelijkbare objecten geen rioolheffing is opgelegd) het gewicht van de zaak in de bezwaarfase als ‘zeer licht’ moet worden gekwalificeerd. Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar in het onderhavige geval tot dit oordeel heeft kunnen komen. Dat de heffingsambtenaar in een enkel vergelijkbaar geval een hogere wegingsfactor heeft toegepast, doet hieraan niet af.
DATUM:
22 november 2018
ECLI:
ECLI:NL:GHAMS:2018:4342
ZAAKNUMMER:
17/00473
INSTANTIE:
Gerechtshof Amsterdam
