Verjaringstermijn is gestuit
Belanghebbenden stellen dat de vorderingen van de ontvanger zijn verjaard. In hoger beroep komen zij op tegen het oordeel van de rechtbank dat de brieven van de ontvanger zich laten kwalificeren als een aanmaning waarmee de verjaring is gestuit en een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaren is begonnen te lopen.
Het hof overweegt dat op grond van art. 27 lid 1 IW 1990 de ontvanger de verjaringstermijn kan stuiten op dezelfde wijze als genoemd in art. 4:107 Awb. De verjaringstermijn wordt gestuit door een schriftelijke mededeling van de ontvanger waarin hij zich ondubbelzinnig zijn recht op betaling voorbehoudt. Er moet een voldoende duidelijke waarschuwing aan de schuldenaar worden gegeven, dat hij er rekening mee moet houden dat hij – ook na het verstrijken van de verjaringstermijn – de beschikking houdt over zijn gegevens en bewijsmateriaal, opdat hij zich tegen een eventuele alsnog door de schuldeiser ingestelde vordering behoorlijk kan verweren. De brieven behelzen een dergelijke waarschuwing, nu daarin is vermeld dat de Belastingdienst aanspraak blijft maken op betaling van de schuld.
DATUM:
26 maart 2019
ECLI:
ECLI:NL:GHDHA:2019:468
ZAAKNUMMER:
200.218.827/01
INSTANTIE:
Gerechtshof Den Haag
