Aanslagen havengeld terecht en aanslag roerende woon- en bedrijfsruimten ten onrechte opgelegd
In geschil zijn de door de heffingsambtenaar van DOWR opgelegde aanslagen havengelden en de aanslag belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten. In de Verordeningen havengelden is het feitelijk gebruik van gemeentewateren belastbaar, ongeacht de vraag of dit gebruik is toegestaan of wordt gedoogd door de gemeente. Als belastingplichtige wordt (mede) de eigenaar van het vaartuig aangewezen. Het hof acht het aannemelijk dat belanghebbende door koop eigenares is geworden van de woonboot. Dat B&W twijfelt aan de realiteit van deze koopovereenkomst is onvoldoende om deze terzijde te schuiven. Niet in geschil is dat met de woonboot in de betreffende perioden feitelijk gebruik is gemaakt van gemeentewater door een ligplaats in te nemen. Verder heeft de heffingsambtenaar zich terecht op het standpunt gesteld dat belanghebbende eigenares is van de woonboot, zodat de aanslagen terecht aan haar zijn opgelegd.
Uit een besluit van B&W kan worden opgemaakt dat aan belanghebbende geen ontheffing voor het innemen van een ligplaats zal worden verleend. Verder volgt uit dit besluit dat ook de woonboot niet voldoet aan de voorwaarden om een ligplaats in de gemeente in te nemen. De woonboot is ontsierend door achterstallig onderhoud en de afmetingen voldoen niet aan de in de APV gestelde maxima. Gesteld noch gebleken is dat de gemeente zal gedogen dat de woonboot deze of een andere ligplaats binnen de gemeente in zal nemen. Daarom kan naar oordeel van het hof niet worden gezegd dat de woonboot duurzaam aan een plaats gebonden is in de zin van de Verordening. Dat de woonboot in het verleden de ligplaats lange tijd heeft ingenomen, is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen, nu dit blijkbaar van onvoldoende gewicht is om voortgezet gebruik van een ligplaats binnen de gemeente toe te kennen. De aanslag belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten is ten onrechte opgelegd.
DATUM:
13 juni 2017
ECLI:
ECLI:NL:GHARL:2017:4931
ZAAKNUMMER:
16/00739 t/m 1600741
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
