Werktuigenvrijstelling voor vriesinstallatie van ijsbaan
Belanghebbende is eigenaar van een sportcentrum, waar een overdekte kunstijsbaan deel van uitmaakt. Zij stelt dat de werktuigenvrijstelling moet worden toegepast met betrekking tot de vriesinstallatie, omdat de vriesinstallatie dienstbaar is aan het proces sportbeoefening en recreatie in de vorm van vervaardiging en instandhouding van een ijsvloer. Volgens de heffingsambtenaar van de Regionale Belastingsamenwerking Deventer, Olst-Wijhe en Raalte, is geen sprake van een werktuig, omdat voor een ijsbaan een vriesinstallatie én essentieel én dienstbaar is aan het gebouw.
De rechtbank oordeelt dat de vriesinstallatie een werktuig is. De vriesinstallatie is geen zelfstandig gebouwd eigendom, nu het gaat om een inpandige installatie. De vriesinstallatie is niet dienstbaar aan het gebouw, maar wel dienstbaar aan het proces van ijsvorming, hetgeen nodig is om de gelegenheid te bieden tot schaatsen. Met betrekking tot de vraag of de vriesinstallatie verwijderd kan worden met behoud van waarde is van belang uit welke onderdelen deze installatie bestaat. Belanghebbende heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat alle onderdelen van de vriesinstallatie, behalve de leidingen in de betonnen vloer, met behoud van waarde verwijderd kunnen worden, zodat sprake is van een werktuig als bedoeld in de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ.
DATUM:
20 maart 2019
ECLI:
ECLI:NL:RBOVE:2019:944
ZAAKNUMMER:
17/2482 e.a.
INSTANTIE:
Rechtbank Overijssel
