Waarde recreatiewoning ten onrechte inclusief BTW bepaald
Aan belanghebbende is door de heffingsambtenaar van de gemeente Noordwijk een aanslag OZB opgelegd. In geschil is de waarde van de recreatiewoning.
De rechtbank overweegt dat de heffingsambtenaar, door de WOZ-waarde van de woning inclusief BTW te bepalen en door te vergelijken met koopsommen van vergelijkingsobjecten inclusief BTW, een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd. In de markt voor recreatiewoningen kan voor de redelijk handelende koper worden uitgegaan van een niet-ondernemer in de zin van de Wet OB. In de door partijen verstrekte verkoopcijfers van vergelijkingsobjecten ziet de rechtbank geen aanwijzing voor een andere conclusie. Voorts staat vast dat het pand van belanghebbende en de referentiewoningen meer dan twee jaar in gebruik zijn. De heffingsambtenaar had dus moeten uitgaan van taxatiewaarden exclusief BTW.
DATUM:
17 mei 2019
ECLI:
ECLI:NL:RBDHA:2019:8292
ZAAKNUMMER:
AWB 19/3
INSTANTIE:
Rechtbank Den Haag
