Verhuurder en vakantiewoningen terecht in de heffing betrokken

De heffingsambtenaar van de gemeente Franekeradeel heeft aan belanghebbende aanslagen rioolrechten opgelegd voor 4 vakantiewoningen. Zij is eigenaar van deze woningen die zijn gelegen op een park. De vakantiewoningen zijn aangesloten op de riolering van het park. Het park is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Belanghebbende verhuurt de vakantiewonin-gen van 1 april tot 1 oktober in gemeubileerde staat aan X BV. Na ommekomst van de huurpe-riode wordt het beddengoed uit de vakantiewoningen verwijderd en opgeslagen op belangheb-bendes aanwijzingen. Belanghebbende is blijkens haar inschrijving in de Kamer van Koophandel opgericht voor het beheren van vakantiewoningen. X BV verhuurt de door haar gehuurde vakantiewoningen op haar beurt aan buitenlandse personen die tijdelijk in Nederland werkzaam zijn. Deze personen kunnen zich niet tijdelijk inschrijven in de Gemeentelijke basisadministratie. Doorgaans worden de woningen door dezelfde personen gehuurd als het jaar daarvoor.
In hoger beroep is in geschil of de heffingsambtenaar terecht de vakantiewoningen in de heffing heeft betrokken en of belanghebbende terecht als gebruiker is aangemerkt. De rioolrechten en worden geheven van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater (in)direct op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd.
Anders dan belanghebbende stelt, staat de omstandigheid dat de vakantiewoningen zelf geen directe aansluiting op de gemeentelijke riolering hebben, naar het oordeel van het hof, niet eraan in de weg om de vakantiewoningen in de heffing van de rioolrechten te betrekken. Voldoende is dat het van de vakantiewoningen afkomstige afvalwater indirect op de gemeente-lijke riolering wordt afgevoerd (vgl. Hoge Raad 23 april 2004, nr. 39 414, Belastingblad 2004/631), waarvan in dit geval sprake is. Een rechtstreekse aansluiting van de vakantiewonin-gen op de gemeentelijke riolering is niet vereist. De vakantiewoningen zijn terecht in het rioolrecht betrokken.
Op grond van de feiten is het hof van oordeel dat belanghebbende in zodanige mate toezicht houdt op de verhuur van de vakantiewoningen door X BV en bemoeienis heeft met diegenen die daarin verblijven dat belanghebbende ook voor die perioden als gebruiker van de vakantie-woningen moet gelden. Met betrekking tot de perioden waarin X BV de vakantiewoningen niet huurt moet belanghebbende, naar het oordeel van het hof, ook als gebruiker van de vakantie-woningen gelden. Immers, gelet op haar doelstelling is het aannemelijk dat belanghebbende in die perioden de vakantiewoningen voor tijdelijke verhuur ter beschikking houdt.
De Verordening biedt geen ruimte om het hiervoor vermelde recht te verlagen. Van een in de loop van de belastingjaren aangevangen of beëindigde belastingplicht van belanghebbende ter zake van de 4 vakantiewoningen is immers niet gebleken. De door belanghebbende gestelde omstandigheid dat de vakantiewoningen gedurende een half jaar per belastingjaar worden bewoond staat daaraan niet in de weg, nu belanghebbende als gebruiker van de vakantiewonin-gen moet gelden.
Het hoger beroep van belanghebbende is ongegrond.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.