Eigenaar van bungalowpark is gebruiker voor recreatiewoningen
Belanghebbende is eigenaar van een recreatiepark met centrumvoorzieningen en verhuurt de bungalows telkens voor een korte periode. Niet in geschil is dat vanuit de bungalows afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering is afgevoerd.
De heffingsambtenaar gaat er terecht van uit dat het begrip ‘zaak’ moet worden opgevat onafhankelijk van de objectafbakening volgens de Wet WOZ, maar moet worden verstaan in de civielrechtelijke betekenis (vgl. HR 30 september 2005, Belastingblad 2005, blz. 1204, en HR 17 november 2006, Belastingblad 2007, blz. 227). De bungalows zijn bouwwerken die onafhankelijk van elkaar en van de centrale voorzieningen op het park te gebruiken zijn, en moeten daarom worden aangemerkt als zelfstandige zaken. Hieraan doet niet af dat zij op één park en op twee kadastrale percelen staan. Nu de bungalows elk voor zich een eigendom vormen en telkens afzonderlijk worden verhuurd, zijn zij niet aan te merken als onzelfstandige gedeelten als bedoeld in de verordening en evenmin als gedeelten die tezamen als een geheel worden gebruikt. Aan het vorenstaande doet niet af dat het tarief per huisje niet in verhouding staat tot de hoeveelheid afgevoerd afvalwater. Uit de stellingen maakt het hof op dat belang-hebbende de bungalows gemeubileerd verhuurt en zorg draagt voor de eindschoonmaak en voor schoon bedlinnen. Onder deze omstandigheden moet, mede gelet op de arresten van de Hoge Raad van 22 september 1982 (Belastingblad 1982, blz. 509 en 512), worden geoordeeld dat belanghebbende in zodanige mate toezicht houdt op de bewoning van de bungalows en een zodanig doorlopende bemoeienis heeft met de zorg voor de gemeenschappelijke en individuele voorzieningen ten behoeve van de bewoners, dat zij zelf als gebruikster in de zin van de verordening moet gelden. Het vorenstaande wordt niet anders doordat van de bungalows geen hemelwater op de riolering wordt geloosd. Het beroep is ongegrond.
DATUM:
14 februari 2008
ECLI:
ECLI:NL:GHARN:2008:BC5471
ZAAKNUMMER:
04/01299
INSTANTIE:
Gerechtshof Arnhem
