Bekendmaking bevoegdheden
Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Belanghebbende bestrijdt in cassatie de uitspraak van het Hof. Het Hof is van oordeel dat het besluit, waarbij de bevoegde gemeenteambtenaar is aangewezen, voldoende bekend is gemaakt in de zin van artikel 3:42 Awb. Voorts is het Hof van oordeel dat de aangewezen ambtenaar zijn bevoegdheid heeft gemandateerd aan de medewerkers parkeercontrole en dat het mandaatbesluit op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt, nu de bekendmaking kan geschieden tegelijk met het uitoefenen van de bevoegdheid, bijvoorbeeld door mededeling op het aanslagbiljet. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof geen rechtsregel heeft geschonden en geen blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Belanghebbendes klacht kan niet tot cassatie kan leiden en dat zulks op grond van artikel 81 Wet RO geen nadere motivering behoeft. De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.
Terug naar kennisbankDATUM:
07 juni 2002
ECLI:
ECLI:NL:HR:2002:AE3829
ZAAKNUMMER:
36 726
INSTANTIE:
Hoge Raad
