Wegingsfactor 1,5 van toepassing nu sprake is van meerdere feitencomplexen
De heffingsambtenaren van de gemeenten Nederweert, Peel en Maas en het Waterschap Limburg (hierna: de heffingsambtenaar) hebben de waarden van 3 onroerende zaken vastgesteld en aan belanghebbende een aanslag watersysteemheffing ongebouwd opgelegd. Twee bezwaren gericht tegen de waarde zijn gegrond verklaard en een derde bezwaar is vanwege een onjuiste objectafbakening eveneens gegrond verklaard. Ook het bezwaar gericht tegen de genoemde aanslag watersysteemheffing ongebouwd is gegrond verklaard. De heffingsambtenaar vindt dat het gewicht van de zaak gemiddeld is (wegingsfactor 1), terwijl belanghebbende stelt dat dit gewicht zwaar moet zijn (wegingsfactor 1,5) wegens onder andere meerdere feitencomplexen.
De rechtbank stelt vast dat kennelijk niet in geschil is dat, gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad, de ingediende bezwaren tegen de besluiten die op 1 aanslagbiljet zijn vermeld, voor de regels van de proceskostenvergoeding gelden als 1 bezwaar. Uit die jurisprudentie volgt ook dat de omstandigheid dat het bezwaar op meer dan 1 besluit betrekking heeft een rol kan spelen bij het bepalen van de wegingsfactor. De rechtbank leidt uit de feiten af dat de inhoud van de bezwaren tegen de waardebepaling van de onroerende zaken zodanig van elkaar verschilt, dat geoordeeld moet worden dat het gaat om 3 afzonderlijke feitencomplexen, waarbij voor elk object afzonderlijke, op het specifieke object toegesneden werkzaamheden moesten worden verricht. Het bezwaar tegen de aanslag watersysteemheffing betreft naar zijn aard reeds een afzonderlijk feitencomplex. Nu de bezwaren na heroverweging voor alle 3 de onroerende zaken op inhoudelijke gronden gegrond is verklaard en het besluit is herroepen, geldt de wegingsfactor 1,5.
DATUM:
07 november 2018
ECLI:
ECLI:NL:RBLIM:2018:10451
ZAAKNUMMER:
ROE 18/2121
INSTANTIE:
Rechtbank Limburg
