Onkostenvergoeding onjuist vastgesteld

Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. De rechtbank heeft de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam veroordeeld in de door belanghebbende gemaakte kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en deze vastgesteld op € 246 (1 punt voor het beroepschrift, met een waarde van € 246 en een wegingsfactor 1). Belanghebbende heeft in hoger beroep gesteld dat de rechtbank is uitgegaan van een te lage waarde per punt.
Het hof overweegt dat (i) weliswaar sprake is van een kennelijke en evidente vergissing door de rechtbank maar die vergissing slechts (vrijwel) onmiddellijk kenbaar is voor iemand met enige kennis van het bestuursprocesrecht, en (ii) het met de fout gemoeide bedrag niet zeer gering is. Gelet op deze omstandigheden oordeelt het hof dat belanghebbende recht heeft op vergoeding van de in hoger beroep gemaakte kosten, omdat het inroepen van beroepsmatige rechtsbijstand niet onredelijk is. Omdat de zaak slechts ziet op een correctie van een evidente fout van de rechtbank, kwalificeert het hof deze zaak als zeer licht met een wegingsfactor 0,25.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.