Wegingsfactor 0,25 wegens een voor professioneel gemachtigde evidente fout

Belanghebbende heeft beroep ingesteld naar aanleiding van een uitspraak op het bezwaar tegen een opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting. Het beroep richt zich enkel tegen de hoogte van de bij de uitspraak op bezwaar toegekende proceskostenvergoeding. Belanghebbende stelt dat de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven daarbij is uitgegaan van een te lage waarde per punt.
Bij de beoordeling van belanghebbendes bezwaar is de heffingsambtenaar uitgegaan van een zaak met een gemiddeld gewicht en wegingsfactor 1. Nu de uitspraak op bezwaar is gedaan op 2 januari 2018 zijn de per 1 januari 2018 geldende bedragen van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn van toepassing. Het bedrag per punt voor de bezwaarfase bedraagt € 249 in plaats van € 246. Het beroep is dus gegrond. De rechtbank merkt op dat het een belanghebbende vrijstaat tegen een zijns inziens onjuiste uitspraak het rechtsmiddel van beroep in te stellen. Dat is niet anders indien de mogelijkheid bestaat een evidente fout, die voor een professioneel gemachtigde gemakkelijk zichtbaar en aan te vechten is, op andere wijze te laten corrigeren. Hierin ziet de rechtbank aanleiding om te kiezen voor een wegingsfactor van 0,25. De rechtbank betreurt het dat belanghebbende niet eerder contact heeft gezocht met de heffingsambtenaar om de vergissing recht te zetten en de € 3 alsnog vergoed te krijgen.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.