Herstel proceskosten wegens foute toekenning ervan door de rechtbank

Belanghebbende stelt in hoger beroep dat de rechtbank de heffingsambtenaar ten onrechte niet heeft veroordeeld in de door hem in bezwaar gemaakte proceskosten. De hoogte van de door de rechtbank vastgestelde kostenvergoeding in beroep zijn niet in geschil.
Het hof corrigeert de beslissing van de rechtbank en begroot de kosten in bezwaar op € 498, naar het in 2018 geldende tarief. Het hof oordeelt tevens dat gelet op de omstandigheden dat (i) weliswaar sprake is van een kennelijke en evidente vergissing door de rechtbank maar die vergissing slechts (vrijwel) onmiddellijk kenbaar is voor iemand met enige kennis van het bestuursprocesrecht, en (ii) het met de fout gemoeide bedrag niet zeer gering is, het inroepen van beroepsmatige rechtsbijstand voor het instellen van hoger beroep en het in dit verband maken van kosten niet onredelijk is. Belanghebbende heeft daarom ook recht op vergoeding van de in hoger beroep gemaakte kosten en griffierecht. Nu het hoger beroep is opgeroepen door een fout van de rechtbank, maakt het hof gebruik van de mogelijkheid om op de voet van art. 8:114 lid 1 Awb te bepalen dat het voor het instellen van hoger beroep betaalde griffierecht wordt terugbetaald.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.