Hoofdverblijf in recreatiewoning niet aannemelijk

X stelt dat zij hoofdverblijf had in de (recreatie)woning. De heffingsambtenaar heeft X gevraagd naar bewijs voor het hoofdverblijf. X heeft maar gedeeltelijk aan dat verzoek voldaan. Het hof oordeelt dat X haar hoofdverblijf niet aannemelijk heeft gemaakt. Dat zij op het adres staat ingeschreven in de BRP, is onvoldoende. X stelt nog dat de aanslagen voor de jaren 2016 en 2017 voorkomen hadden kunnen worden als de aanslag voor 2015 normaal op tijd was vastgesteld. Het hof overweegt dat de termijn voor het vaststellen van een definitieve aanslag drie jaar na afloop van het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan bedraagt. De aanslagen zijn dus tijdig vastgesteld.  

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.