Hoofdverblijf in recreatiewoning niet aannemelijk
X stelt dat zij hoofdverblijf had in de (recreatie)woning. De heffingsambtenaar heeft X gevraagd naar bewijs voor het hoofdverblijf. X heeft maar gedeeltelijk aan dat verzoek voldaan. Het hof oordeelt dat X haar hoofdverblijf niet aannemelijk heeft gemaakt. Dat zij op het adres staat ingeschreven in de BRP, is onvoldoende. X stelt nog dat de aanslagen voor de jaren 2016 en 2017 voorkomen hadden kunnen worden als de aanslag voor 2015 normaal op tijd was vastgesteld. Het hof overweegt dat de termijn voor het vaststellen van een definitieve aanslag drie jaar na afloop van het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan bedraagt. De aanslagen zijn dus tijdig vastgesteld.
Terug naar kennisbankDATUM:
23 juli 2020
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2020:2354
ZAAKNUMMER:
19/00306 t/m 19/00308
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
