Gemeente hoeft niet te kiezen tussen forensenbelasting of toeristenbelasting

De heffingsambtenaar van de gemeente Midden-Drenthe heeft een aanslag forensenbelasting opgelegd. Belanghebbende stelt dat het motiveringsbeginsel is geschonden. De rechtbank oordeelt dat de uitspraak op bezwaar erg algemeen en summier is, waarin niet wordt ingegaan op het kernpunt van belanghebbende, namelijk waarom in 2016 voor het eerst forensenbelasting is geheven in plaats van toeristenbelasting. De rechtbank passeert deze schending met art. 6:22 Awb omdat belanghebbende daarvan geen nadeel heeft ondervonden. Voor wat betreft het kernpunt overweegt de rechtbank dat geen rechtsregel verbiedt dat ten aanzien van precies dezelfde verblijfslocatie zowel forensenbelasting als toeristenbelasting wordt geheven. Dit kan slechts anders zijn als het belastbare feit voor beide belastingen exact hetzelfde feitencomplex zou zijn, terwijl er bovendien effectief van precies dezelfde persoon zou worden geheven, want dan zou dubbele heffing ontstaan. Dat is hier niet het geval, temeer nu de verordening een anticumulatiebepaling bevat voor wat betreft het verblijf van de belastingplichtige en zijn gezin zelf. Een gemeente hoeft ook niet te kiezen voor één van beide belastingen. De omstandigheid dat jarenlang geen forensenbelasting van belanghebbende is geheven, maakt in dit geval nog niet dat daar niet op enig moment mee kan worden begonnen. Het beroep is ongegrond. 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.