Onderscheid tussen natuurlijke personen en rechtspersonen toegestaan

Belanghebbende en zijn echtgenote zijn beiden maat in een maatschap en hebben beiden de helft van de eigendom van een gemeubileerde recreatiewoning te Vlieland. Hun hoofdverblijf is buiten de gemeente Vlieland. In 2014 en 2015 is de recreatiewoning op meer dan 90 dagen niet aan derden verhuurd geweest. Belanghebbende stelt dat hij ongelijk wordt behandeld omdat hij - nu hij zijn onderneming in de rechtsvorm van een maatschap drijft - wel forensenbelasting verschuldigd is, maar ondernemers die hun onderneming in de vorm van een rechtspersoon drijven niet.
De rechtbank oordeelt dat voor het bepalen van de belastingplicht niet van belang is of en in hoeverre een natuurlijke persoon of een rechtspersoon een onderneming drijft. Belanghebbende is als natuurlijke persoon belastingplichtig voor de forensenbelasting. Dat de recreatiewoning wordt geëxploiteerd via een maatschap maakt dit niet anders. Dit komt volgens de rechtbank omdat een maatschap naar burgerlijk recht geen rechtspersoonlijkheid heeft en voor de inkomstenbelasting fiscaal als een transparante rechtsvorm wordt behandeld. De vraag of dit onderscheid tussen natuurlijke personen en rechtspersonen wel gemaakt mag worden, beantwoordt de rechtbank bevestigend. De rijkswetgever heeft in art. 223 Gemeentewet bepaald dat forensenbelasting alleen van natuurlijke personen kan worden geheven. Doordat de Gemeentewet een wet in formele zin is moet de rechtbank het onderscheid dat die wetgever heeft gemaakt, respecteren. Op grond van de internationale verdragen heeft de wetgever een ruime beoordelingsmarge. De rechtbank is van oordeel dat, ook al zou er sprake zijn van gelijke gevallen, de wetgever deze beoordelingsmarge niet heeft overschreden. Het is namelijk verdedigbaar om alleen mensen van vlees en bloed te belasten, omdat die ook daadwerkelijk profijt kunnen hebben van een fysiek verblijf in de gemeente. Voor 2014 kan belanghebbende zich wel beroepen op het vertrouwensbeginsel, omdat de heffingsambtenaar pas op 9 januari 2015 per brief het vertrouwen voor de toekomst rechtmatig heeft opgezegd.
 

Terug naar kennisbank

Deze website maakt gebruik van cookies

De noodzakelijke cookies zijn nodig voor het functioneren van de website. De statistiek-cookies verzamelen geen persoonsgegevens en helpen ons de site te verbeteren. Overige cookies zorgen voor een optimaal werkende website inclusief embedded content. Bekijk het cookiebeleid.