Inwoner en niet-inwoner zijn geen gelijke gevallen
Belanghebbende stelt dat het onterecht is dat aan hem een aanslag forensenbelasting is opgelegd, omdat inwoners van de gemeente deze niet hoeven te betalen.
De rechtbank overweegt dat belanghebbende tot de groep forensen behoort. Indien een forens in de situatie van belanghebbende zou worden vrijgesteld van de forensenbelasting, zou dat leiden tot een nieuw onderscheid, namelijk binnen de groep van forensen, met nieuwe afbakeningsvragen. Het door de formele en gemeentelijke wetgever gemaakte onderscheid tussen inwoners en niet-inwoners valt binnen de ruime beoordelingsvrijheid die zij hebben bij het beantwoorden van de vraag of sprake is van gelijke gevallen en of een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat om gelijke gevallen in verschillende zin te regelen. Hierbij is van belang dat de bijdrage die een gemeente ontvangt uit het gemeentefonds, mede afhankelijk is van het aantal inwoners van die gemeente. Verder wijst de rechtbank erop dat de forensenbelasting geen bestemmingsbelasting is. De opbrengst komt ten goede aan de algemene middelen van de gemeente. Een relatie tussen de mate van profijt dat de belastingplichtige van de gemeentelijke voorzieningen trekt en het bedrag van de forensenbelasting behoeft niet te bestaan (HR 9 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AX0678). De klachten van belanghebbende over de voorzieningen in de straat van zijn woning kunnen daarom niet tot vernietiging of vermindering van de aanslag leiden (nieuwsservice 2017 week 32).
In hoger beroep heeft belanghebbende geen nieuwe feiten en geschilpunten aangevoerd. Het hof acht de beslissing van de rechtbank juist en op goede gronden genomen.
DATUM:
26 april 2018
ECLI:
ECLI:NL:GHSHE:2018:1827
ZAAKNUMMER:
17/00456
INSTANTIE:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
